Wapen:
Wapen van gemeente Delft
Provincie:
Burgemeester:
Mevr. Marja van Bijsterveldt
Oppervlakte:
24 km²
Inwoners:
101.000
Gemeentehuis:
Phoenixstraat 16, 2611AL, Delft
Postbus:
Postbus 78, 2600ME, Delft
Telefoon:
E-mail:
Website:

Plaatsen in Delft

Postcodes in Delft

Over de Gemeente Delft

Delft is een stad en gemeente in Zuid-Holland in Nederland, gelegen aan de Schie, tussen Den Haag en Rotterdam. Op 1 april 2016 telde de gemeente Delft 101.053 inwoners.

Delft heeft een historische binnenstad, ontwikkelde zich in de 19e eeuw tot industriestad en profileert zich tegenwoordig, met de aanwezigheid van een Technische Universiteit en de onderzoeksinstituten TNO en Deltares, vooral als Delft Kennisstad met als slogan Creating History.

Binnen de geschiedenis van Nederland is Delft vooral bekend doordat Willem van Oranje er vanaf 1572 heeft geresideerd en er in 1584 werd vermoord. De Oranjes worden sindsdien traditioneel in Delft bijgezet. De bijnaam van Delft is de Prinsenstad. De patroonheilige van de stad is Hippolytus van Rome.

Geschiedenis

Delft is ontstaan aan een gegraven waterloop, de 'Delf', en heet daar ook naar; delven betekent graven. Op de verhoogde plaats waar deze 'Delf' de kreekwal van het dichtgeslibde riviertje de Gantel kruiste, was, vermoedelijk sinds de 11e eeuw, een grafelijke vroonhof gevestigd. Delft was mede hierdoor een belangrijk marktcentrum, wat nog te zien is aan de omvang van het centrale marktplein.

Vanaf 1246
Graaf Willem II verleende Delft op 15 april 1246 stadsrecht. Handel en nijverheid kwamen er tot grote bloei. In 1389 werd de Delfshavensche Schie naar de Maas gegraven, aan welks monding de zeehaven Delfshaven werd gebouwd.

Delft was tot de 17e eeuw een van de grote steden van het graafschap (later provincie) Holland. In 1400 had de stad bijvoorbeeld 6.500 inwoners en was zo de derde stad in grootte, na Dordrecht (8.000) en Haarlem (7.000). In 1560 was Amsterdam met 28.000 inwoners uitgegroeid tot de grootste stad, gevolgd door Delft, Leiden en Haarlem, die elk ongeveer 14.000 inwoners hadden.

In 1536 werd een groot deel van Delft in de as gelegd door de grote stadsbrand van Delft.

Prins Willem van Oranje resideerde korte tijd in Delft, in het voormalige Sint-Agathaklooster, dat sindsdien Prinsenhof wordt genoemd. Hij werd er op 10 juli 1584 vermoord door Balthasar Gerards. Op het gebied van de drukkunst nam de stad een vooraanstaande plaats in.

In de stad vestigden zich diverse Italiaanse plateelbakkers die een nieuwe stijl introduceerden. Ook de tapijtindustrie kwam met François Spierincx tot grote bloei. In de 17e eeuw beleefde Delft door de aanwezigheid van een Kamer van de VOC en door de fabricage van (Delfts blauw) een nieuwe bloeitijd.

In 1654 werd een groot deel van de stad verwoest door de Delftse donderslag - de ontploffing van een opslagplaats voor buskruit op de plaats waar zich sindsdien de Paardenmarkt bevindt. Op de 'afstand van een kanonskogel' werd een nieuw Kruithuis gebouwd, door architect Pieter Post.

Meerdere kunstschilders waren in de stad actief, zoals Leonard Bramer, Carel Fabritius, Pieter de Hoogh, Gerard Houckgeest, Emanuel de Witte, Jan Steen, en Johannes Vermeer. Reinier de Graaf en Antonie van Leeuwenhoek kregen internationale aandacht voor hun wetenschappelijk onderzoek.

Vanaf 1672
Vanaf het Nederlandse rampjaar 1672 ging de Delftse economie achteruit. De stad werd overvleugeld door de beide buursteden Den Haag (als bestuurscentrum) en Rotterdam (als havenstad). In Delft bestonden rond 1670 een dertigtal fabrieken, die gedurende korter of langere tijd het plateelbakkersbedrijf hebben uitgeoefend. In 1794 waren er nog tien actief. In de 19e eeuw was er nog maar één plateelbakkerij over: De Porceleyne Fles; dit bedrijf kon als enige blijven bestaan omdat het naast aardewerk ook bakstenen ging produceren.

In 1850 telde de toenmalige gemeente Delft, met een oppervlakte van 5,3 km², 18.642 inwoners.

Met de slechting van de stadsmuren in de 19e eeuw en de komst van de trein in 1847 werd Delft weer een aantrekkelijke plek voor nieuwe industrieën zoals de Gist- en Spiritusfabriek (later Gist-Brocades, nu onderdeel van DSM), Calvé en Delft Instruments. De oprichting van de Koninklijke Academie (tegenwoordig: Technische Universiteit Delft) in 1842 en het onderzoeksinstituut TNO in 1932, zorgden ervoor dat Delft ook een centrum van techniek en wetenschap werd.

Op 1 januari 1921 werden de aangrenzende gemeenten Vrijenban en Hof van Delft opgeheven en voor een groot deel aan Delft toegevoegd. Hierdoor werd het grondgebied van Delft aanzienlijk uitgebreid.

Na de Tweede Wereldoorlog
Bestand:Delft 700 jaar stad-Delft 700 years a city-524208.ogg
Polygoonjournaal uit 1946. Delft viert haar 700-jarig bestaan. De straten en gebouwen zijn versierd. Het eerste deel na de Tweede Wereldoorlog waar in Delft is gebouwd is het gebied tussen het kanaal, de Schie door Delft en de grote weg van Den Haag naar Rotterdam.

In de jaren na 1960 werd Delft fors uitgebreid, vooral in zuidelijke richting. Daar verrezen achtereenvolgens de hoogbouwwijken Poptahof en Voorhof en de iets minder ambitieus opgezette Buitenhof. Vanaf de jaren 80 werd, nog zuidelijker, de wijk Tanthof ontwikkeld. Tanthof-Oost heeft het onoverzichtelijke stratenplan. Tanthof-West heeft nog wel dezelfde inrichting als Tanthof-Oost, maar er staan meer grote eengezinswoningen. Om Tanthof bij de stad Delft te betrekken, werd tramlijn 1 naar Tanthof verlengd.

Door de Voorhof en Tanthof is het centrum van Delft als woonstad opgeschoven van de historische binnenstad naar het aan de andere zijde van de spoorlijn gelegen winkelcentrum In de Hoven.

Op 13 mei 2008 brandde de gehele hoogbouw van de faculteit Bouwkunde van de Technische Universiteit Delft binnen 12 uur af. Het onderwijs wordt meer en meer geconcentreerd rondom de TU-campus, zo worden vestigingen van Hogeschool InHolland en de Haagse Hogeschool naast de TU-campus gebouwd.

Toekomstplannen
Voor de toekomst staat, na de komst van de spoortunnel en het nieuwe station (2015), de herinrichting op stapel van de Spoorzone, een gebied aan de westgrens van de binnenstad dat door het af te breken spoorviaduct al tientallen jaren is verwaarloosd. Blikvanger van dit project is het nieuwe stadskantoor annex spoorwegstation. De nieuwe spoortunnel met het ondergrondse station zijn op 28 februari 2015 in gebruik genomen en sinds eind maart 2015 wordt het viaduct afgebroken. In 2015 moet het stadskantoor af zijn, in 2023 het hele stationsgebied. Het nieuwe stadskantoor is met bouwkosten van 83 miljoen het duurste stadhuis van Nederland geworden. Dit feit kregen de inwoners van Delft pas te horen toen het stadhuis er al stond want de aanbesteding vond onder geheimhouding plaats. Door de bouwactiviteiten van de gemeente zijn er grote financiële tekorten ontstaan in de gemeentebegroting. Delft heeft financiële hulp gevraagd van de provincie Zuid-Holland en het Rijk. De realisatie van het project heeft de gemeente Delft een verlies van tientallen miljoenen euro opgeleverd. In reactie op de grote verliezen heeft het gemeentebestuur de lokale belastingen verder verhoogd en Delft is anno 2016 onder de grotere gemeentes de gemeente met de hoogste woonlasten van Nederland.

Wapen en Vlag

Het wapen van Delft bestaat uit een zilveren schild met daarin een verticale zwarte balk, vaak afgebeeld met golfjes erin. Deze balk staat voor een gracht ('delft'). Dit eeuwenoude wapen werd in 1816 officieel vastgesteld door de Hoge raad van de Adel.

De gemeentevlag bestaat uit 3 horizontale banen, waarvan de binnenste zwart is en de buitenste wit. De vlag werd pas in 1996 officieel vastgesteld door de gemeenteraad maar werd al eeuwen geleden gebruikt, bijvoorbeeld op de Delftse schepen van de VOC.

Delft is de hoofdplaats van het hoogheemraadschap Delfland. De gemeente maakt deel uit van het kaderwetgebied Haaglanden en de Metropoolregio Rotterdam-Den Haag.

Demografie

Aan de Delftse bevolkingsopbouw valt vooral het aandeel van mannen tussen de 20 en de 30 op. In 2002 was dit aandeel ongeveer 100% hoger dan het Nederlands gemiddelde. Het aandeel mannen tussen 20 en 24 is zelfs bijna 3 maal het landelijk gemiddelde (2014). Het aandeel van vrouwen in dezelfde leeftijdscategorie was ongeveer 25% hoger dan het landelijk gemiddelde. Oorzaak van deze verschillen is ongetwijfeld de aanwezigheid van de Technische Universiteit Delft die voornamelijk studies aanbiedt die traditioneel populair zijn onder mannen.

Stadsbeeld

Delft heeft een historische binnenstad. Parallel, en grofweg in noord-zuidrichting, lopen de grachten Oude Delft en Nieuwe Delft. Die laatste is beter bekend als achtereenvolgens Lange Geer, Koornmarkt, Wijnhaven, Hippolytusbuurt en Voorstraat.

Tussen deze beide grachten in staat, op wat vermoedelijk de oudste bebouwde locatie van de stad is, de Oude Kerk met haar karakteristieke toren. Die toren wordt de 'Oude Jan' genoemd. Nabij de Oude Jan bevinden zich het Gemeenlandshuis van Delfland met een gotische gevel en het Prinsenhof.

Ten oosten van de twee grachten werd de stad in de loop der eeuwen uitgebreid. Aan de Markt, een zeer ruim plein, staat de Nieuwe Kerk met hierin het praalgraf van Willem van Oranje en de Koninklijke grafkelder. De toren van de kerk is de op één na hoogste kerktoren van Nederland. Eveneens aan de Markt, tegenover de kerk staat het Delftse stadhuis, dat door Hendrick de Keyser in 1618-1620 werd gebouwd rondom het oudste gebouw dat Delft tegenwoordig nog heeft: een toren genaamd het Oude Steen. Op de Markt staat een standbeeld van Hugo de Groot, de rechtsgeleerde die in 1583 in Delft werd geboren.

De Beestenmarkt is vooral in de zomer het uitgaanscentrum van Delft, maar ook op andere plekken nabij de Markt bevinden zich volop horecagelegenheden - met name op de route Burgwal, Brabantse Turfmarkt, Kromstraat, Markt, Nieuwstraat.

Cultuur

Delft kent door haar status als studentenstad en historische stad een keur aan culturele evenementen en gelegenheden. Een recente ontwikkeling in het uiterlijk van Delft is de voltooiing in maart 2005 van de herinrichting van het Zuidpoortgebied aan de zuidkant van de binnenstad, dat met de aanwezigheid van theater, megabioscoop en biblio-/media-/artotheek het cultuurcentrum van Delft wordt genoemd.

In de oude Lijm- en Gelatinefabriek aan de Rotterdamseweg is "Lijm en Cultuur" gevestigd. Dit culturele centrum omvat een evenemententerrein en diverse gebouwen voor grote en middelgrote evenementen. In de kantoorpanden zijn oefenruimten aanwezig.

Delfts blauw
Het aardewerk van Delft, het Delfts blauw, is erg bekend. Het is nu nog te zien bij de aardewerkfabrieken De Porceleyne Fles en De Delftse Pauw. Naast de Nieuwe Kerk zijn bovendien twee kleine aardewerkateliers te bezoeken.

Video's over Delft