Wapen:
Wapen van gemeente Hilversum
Provincie:
Burgemeester:
Dhr. Pieter Broertjes
Oppervlakte:
46 km²
Inwoners:
88.000
Gemeentehuis:
Dudokpark 1, 1217JE, Hilversum
Postbus:
Postbus 9900, 1201GM, Hilversum
Telefoon:
Website:

Plaatsen in Hilversum

Postcodes in Hilversum

Over de Gemeente Hilversum

Hilversum is een plaats en gemeente in de Nederlandse provincie Noord-Holland en de belangrijkste plaats in de landstreek het Gooi.

Hilversum huisvest veel landelijke omroepbedrijven en wordt ook wel aangeduid als de 'mediastad'. De gemeente duidde zichzelf ook aan als 'tuinstad' vanwege de vele tuinen, en vanwege het relatief grote aantal villa's, als 'villadorp'.

Geschiedenis

Het hooggelegen Gooi is een van de oudst bewoonde streken van Nederland. Prehistorische grafheuvels en vondsten uit de Hilversumcultuur getuigen daar nog van. Water verzamelde zich op de lager gelegen plaatsen, en dat werden drinkplaatsen voor het vee. De dorpen Hilversum, Laren, Blaricum en Bussum zijn rond die drinkplaatsen ontstaan. Door de arme zandgronden was er voornamelijk schapenhouderij mogelijk.

In 1424 kreeg Hilversum de zelfstandige status van Jan (III) van Beieren (Jan zonder Genade), ruwaard van Holland, Zeeland en Henegouwen (1418-1425) en werd daarmee onafhankelijker van de stad Naarden bij de uitbreiding van de eigen nijverheid. De verkoop en verwerking van schapenwol is in de middeleeuwen de bijdrage van Hilversum geweest aan de regionale economie.

In 1629 werd Hilversum volledig platgebrand door Kroatische huurlingen, aangevoerd door de Italiaanse veldheer in Oostenrijks-Habsburgse dienst, Graaf Ernesto Montecuccoli, die samen met Hendrik van den Bergh, de bevelhebber van het Spaanse leger in de Noordelijke Nederlanden, eerder dat jaar vanuit Duitsland een inval op de Veluwe had gedaan, om de troepen van stadhouder Frederik Hendrik weg te lokken van het Beleg van 's-Hertogenbosch.[3]

In de 17e eeuw groeiden de weverijen sterk, en deze industrie bleef zich tot in de 20e eeuw uitbreiden. Het boerendorp groeide gestaag, maar werd in 1725 en 1766 geteisterd door branden die het dorp vrijwel vernietigden.

Terwijl rijke Amsterdammers zich al in de 17e eeuw in 's-Graveland vestigden, gebeurde dat in Hilversum pas na de aansluiting op het spoorwegnet in 1874. In 1882 werd de aanleg van de Gooische Stoomtram naar Laren, Naarden, Muiden en Amsterdam voltooid, die vanwege een aantal dodelijke ongevallen de naam de Gooise Moordenaar kreeg. De verbinding met Amsterdam werd opgeheven in 1939. De laatste tram in het Gooi reed in 1947.

De aanleg van bovengenoemde spoorweg bewerkstelligde dat vermogende families, zoals de familie Brenninkmeijer (eigenaren van C&A) en de aan hen verwante familie Gockel zich in Hilversum gingen vestigen, evenals de bekende Hilversumse familie Wortelboer. Mede door deze families kreeg Hilversum langzamerhand een overwegend katholieke signatuur. Dat leidde tot de bouw van de grote neogotische Sint-Vituskerk voor 1.800 mensen, ontworpen door P.J.H. Cuypers, in 1892. Eind jaren zestig zou Hilversum acht parochiekerken tellen, waarvan er alweer twee gesloopt zijn, één in onbruik is en één verbouwd is tot appartementen.

Na de komst van de spoorweg groeide Hilversum heel snel, aanvankelijk door de groei van de textielsector (weverijen en aanverwante bedrijven) en de vestiging van tapijtfabrieken (waarvan uiteindelijk de Veneta overbleef). In 1918 startte de Nederlandsche Seintoestellen Fabriek en daarna begonnen ook de experimentele radio-uitzendingen. Daarop volgde de vestiging van omroepen van alle gezindten. De televisie kwam aanvankelijk in Bussum terecht, maar de bouw van het Mediapark in Hilversum-Noord verzamelde alle omroepfuncties weer in Hilversum. Sinds het verdwijnen van de grotere industrie is de mediasector de grootste werkgever van de stad.

Op 10 mei 1940 werd de grote zendmast van Philips bij de fabriek aan de Jan van der Heijdenstraat op last van het leger opgeblazen. De mast raakte enkele woonhuizen. Op 15 mei 1940 bereikte een kleine colonne van de Wehrmacht Hilversum, en meldde zich bij de AVRO-studio om het radio-wezen onder Duits beheer te stellen. De AVRO werkte gewillig mee. De bezetting van Hilversum verliep ook overigens zonder dat er een kogel werd afgeschoten.

Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog gaf de zittende burgemeester K.L.C.M.I. de Wijkerslooth de Weerdesteijn een merkwaardige proclamatie uit, waarin hij zich bereid verklaarde de leiding over het Nederlandse volk op zich te nemen. Hij werd snel vervangen door jonkheer mr. Ernst von Bönninghausen, een NSB'er die collaboreerde met de bezetter.

Op 14 mei 1940, vier dagen na de Duitse inval, verdween de joodse SDAP-wethouder David Lopes Dias plotseling uit Hilversum. De burgemeester verklaarde later dat hij een "geheime opdracht" had. Na een paar maanden keerde hij even onaangekondigd weer terug en op 4 september nam hij zijn plaats als wethouder weer in. Toen Hilversum eind oktober een NSB-burgemeester, Von Bönninghausen, kreeg, nam Lopes Dias ontslag. Kort daarna werd hij gearresteerd en weggevoerd. Hij schreef toen een brief die in de plaatselijke pers werd gepubliceerd. Na zijn arrestatie werd hij gedeporteerd naar het concentratiekamp Mauthausen, waar hij in 1942 overleed.

Op 26 februari 1941 namen Hilversumse werknemers deel aan de (tweede dag van de) Februaristaking tegen de Jodenvervolging. Onder meer de Nederlandsche Seintoestellen Fabriek (NSF) liep leeg en er gingen bij dat bedrijf alleen al bijna 3.000 mensen de straat op, maar ook arbeiders van metaalbedrijf Ensink, verffabriek Ripolin, de melkfabriek en andere bedrijven namen deel. In het centrum van de stad ontstond een stoet van volgens sommigen 10.000 mensen die zich naar het nieuwe raadhuis bewoog. De stoet werd daar tegengehouden door gewapende Duitse militairen en keerde terug. De gemeente werd daarvoor met ingang van 1942 beboet met de heffing van een extra belasting van 2,5 miljoen gulden.

Het hoofdkwartier van het Duitse leger in Nederland, de Wehrmacht, werd in 1942 gevestigd in het nieuwe raadhuis van Hilversum, waarvan de toren voor dat doel sterk werd gecamoufleerd, terwijl op een ander punt van het gebouw een FLAK-afdeling werd geplaatst voor de luchtafweer. Het eigenlijke gemeentehuis werd ondergebracht in Hotel Gooiland. De troepen van de Wehrmacht werden gelegerd bij de wijk Trompenberg. Als gevolg van de vestiging in Hilversum van generaal Christiansen, opperbevelhebber van het Nederlandse deel van de Wehrmacht, werd een deel van gemeente, de villawijk rond de Verdilaan en het landgoed Rüdelsheim (een voormalige Joodse instelling voor geestelijke gezondheidszorg), tot 'Sperrgebiet' verklaard en werden er verdedigingswerken met onder meer bunkers uitgevoerd. Zo werd een tankwal rond de gehele gemeente en rond het nog jonge vliegveld, op ongeveer 5 km van de bebouwde kom, gelegd. De bunkers bestaan nog steeds en hebben de bijnaam 'Wisseloordbunkers' naar het gelijknamige landhuis. of 'Blaskowitzbunker', naar de laatste Duitse generaal die er huisde. De wijk Trompenberg werd in 1944 hevig door de geallieerden gebombardeerd.

Voor de Tweede Wereldoorlog woonden in Hilversum ongeveer zeshonderd joodse families en ongeveer 1.000 Joodse vluchtelingen (een betrekkelijk hoog aantal). De meeste Joden waren actief in de handel of de slagerij. Er was een synagoge aan de Zeedijk. Na de oorlog waren er nog 200 Joden.[6]

Aan de Verdilaan in Hilversum was de Joodse Rüdelsheimstichting gevestigd, die tot doel had verstandelijk gehandicapte kinderen vaardigheden te leren. In de bosrijke omgeving van Hilversum werd een statig pand, ?Beth Azarja?, met omliggende gronden aangekocht. In 1930 werd een tweede onderkomen op het terrein gebouwd. Het aantal kinderen liep op tot 75. In april 1942 werd het terrein van de Rüdelsheimstichting geconfisqueerd door de Wehrmacht, die daar haar nieuwe hoofdkwartier vestigde. De kinderen werden elders in Hilversum ondergebracht. Op 7 april 1943 werden alle kinderen weggevoerd naar de concentratiekampen in Oost-Europa.[7]

De vervolging van joodse leerlingen en leraren op Hilversumse scholen verliep nagenoeg zonder verzet. In 1942 werden zij naar speciaal opgerichte joodse scholen gedirigeerd, waaronder een lyceum dat onder leiding stond van drs. S.A. Rodrigues Pereira. Hij was tot zijn gedwongen ontslag leraar klassieke talen aan het gemeentelijk gymnasium te Hilversum, tevens opperrabbijn van de Portugees-Israëlietische Gemeente in Den Haag. De rector van het gemeentelijk gymnasium, dr. A. Makkink, werkte net als de meeste schoolleiders zonder verzet mee aan de opdracht om lijsten van joodse leerlingen bij de gemeente in te dienen, zodat deze leerlingen en leraren van de scholen verwijderd konden worden. Op het gymnasium waren dat twee leraren, plus zeven jongens en vijf meisjes, waarvan later bekend werd dat er vier in 1943 in Auschwitz en Sobibór zijn omgebracht. Op de gemeentelijke HBS echter werden de directeur, dr. K.W. Rutgers, en een leraar, mr. H.F.J. Westerveld, gearresteerd wegens hun weigering om aan de Jodenvervolging mee te werken.[8]

Op 20 juni 1942 werd het joodse lyceum alweer door de gemeente gesloten, omdat volgens de NSB-burgemeester jhr. Von Bönninghausen de meeste leerlingen het lyceum al verlaten hadden (besluit A.Z.nr. 2604, streekarchief Gooiland, archief gemeentebestuur Hilversum, 1940-1989, inv.nr. A 2015).

Er waren enige verzetsgroepen actief, waarvan een deel verraden werd en leden ervan geëxecuteerd, waaronder acht medewerkers van de Nederlandsche Seintoestellen Fabriek. Ook de Albrechtgroep werkte met enkele verkenners in Hilversum, en bereikte onder meer dat het landgoed met de Duitse commandobunker van de opperbevelhebber van de Wehrmacht in Nederland, generaal Blaskowitz ('Blaskowitzbunker') werd gebombardeerd. Ook was actief de groep U61, naar het adres Utrechtseweg 62, waar een dominee woonde. Ook van deze groep werden een aantal mensen verraden en afgevoerd of geëxecuteerd.

Jongere Geschiedenis

Prins Bernhard vestigde zich na de oorlog in zijn nieuwe functie als Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht op de Zwaluwenberg, gelegen tussen Hilversum en Hollandsche Rading, totdat de prins in 1976 gedwongen werd deze positie opgeven in verband met de Lockheed-affaire. De Inspecteur-Generaal met zijn staf zetelt hier nog steeds.

In de jaren vijftig en zestig voerde Hilversum een groot nieuwbouwprogramma uit in het oosten en noorden van de gemeente, terwijl de bevolking met één derde steeg. In 1958 passeerde het aantal inwoners de grens van 100.000 (op scholen kregen de leerlingen van gemeentewege beschuit met muisjes). Ook in de jaren zeventig breidde Hilversum uit met de wijken Kerkelanden en de Hilversumse Meent in het westen, dat tegen Bussum aan ligt. Toen had Hilversum ook nog meer dan 100.000 inwoners. Hierna nam het aantal inwoners vrij sterk af, en bereikte in 1999 het diepste punt met iets meer dan 80.000 inwoners. De belangrijkste oorzaken waren de onduidelijke gemeentelijke politiek, zoals onder meer het halverwege staken van de aanleg van een vierbaans rondweg, het wegtrekken van de industrie, grootschalige leegstand van winkels in het centrum, het kleinere aantal mensen per huishouden en de beperkte uitbreidingsmogelijkheden van Hilversum.

Vrij forse sloopacties vonden plaats in het centrum (station, oude winkelkern, oude hotels), in de villawijken (bijvoorbeeld door de nieuwbouw van het AKN-gebouw) en bij het sportpark (Expohal, draversbaan). De restauratie van het raadhuis werd lang uitgesteld en bleek daarna veel kostbaarder dan voorzien. Hilversum raakte mede daardoor, en door de sterk dalende bevolking, jarenlang in forse financiële problemen. Ook de aanhoudende verkeersproblemen hebben hun tol geëist. Positief waren de uitbreiding van de omroep met de commerciële zenders, de komst van het Europees hoofdkantoor van Nike en de bouw van het succesvol gebleken museum Beeld en Geluid. De laatste jaren laten weer een voorzichtige stijging zien van het inwonertal. Aan de oostkant wordt Hilversum uitgebreid met het plan Anna's Hoeve.

Onvrede over de gebrekkige infrastructuur en politieke ruzies kwam tot uiting in de opkomst van de eerste lokale Leefbaarpartij, Leefbaar Hilversum.

Op 6 mei 2002 werd de politicus Pim Fortuyn doodgeschoten door Volkert van der Graaf op het Media Park, tijdens de verkiezingscampagne voor de Tweede Kamer.

In 2004 vond voor de eerste maal in Hilversum een raadgevend correctief referendum plaats, over de Parkeerverordening. De opkomst van ruim 27% was te laag om het geldend te maken. Van de stemmers was driekwart overigens tegen het gemeentelijke parkeerbeleid - dat niet werd veranderd.

Video's over Hilversum