Wapen:
Wapen van gemeente Nijkerk
Provincie:
Burgemeester:
Dhr. Gerard Renkema
Oppervlakte:
72 km²
Inwoners:
41.000
Gemeentehuis:
Kolkstraat 27, 3861AK, Nijkerk
Postbus:
Postbus 1000, 3860BA, Nijkerk
Telefoon:
Website:

Plaatsen in Nijkerk

Postcodes in Nijkerk

Over de Gemeente Nijkerk

Nijkerk (Nedersaksisch: Niekark) is een gemeente in de Nederlandse provincie Gelderland, regio De Vallei.

De gemeente bestaat uit de kernen Nijkerk, Nijkerkerveen en Hoevelaken, alsmede de buurtschappen Holkerveen, Driedorp en Appel. Hoevelaken werd bij een gemeentelijke herindeling op 1 januari 2000 bij de gemeente Nijkerk gevoegd. De gemeente is centraal gelegen tussen de Veluwe en Eemland.

Geschiedenis

De watersnood van 1916 trof de gebieden rond de Zuiderzee hard, ook Bunschoten, Nijkerk en een stukje van de gemeente Putten. Ja, Koningin Wilhelmina en haar echtgenoot Prins Hendrik kwamen daags na de ramp op bezoek om de getroffen bevolking een hart onder de riem te steken. En zeker, de afsluiting van de Zuiderzee was er onder meer het gevolg van. En indirect ook dat de resten van kasteel Hulckesteijn in het IJsselmeer niet meer af en toe zichtbaar waren. Maar wat voor effect had die watersnood de rest van dat jaar 1916 Waren de landbouwgronden verzilt? Leefde het vee nog? Dat viel allemaal mee. Ook toen enkele weken later opnieuw een, bijna even zware storm, de Arkemheense polder opnieuw onder water zette. Een gegeven dat veel minder bekend is. De gevolgen daarvan waren overigens ook minder ernstig dan die van de storm in de nacht van 13 op 14 januari 1916

Om met het vee te beginnen: de meeste dieren werden gered. Er waren wel uitzonderingen: een boer in de polder Arkemheen verloor bijvoorbeeld zijn hele veestapel. Opvallend weinig effect had de overstroming op de oogst van veel producten en ook op die van ingekuilde aardappelen die overstroomd waren geweest. Dat laatste was overigens alleen het geval wanneer de landbouwer het advies ter harte had genomen om de aardappels op te graven, af te spoelen en weer te begraven. Hadden ze dat niet gedaan, dan was de hele zaak in het voorjaar verrot. Ook omdat het voorjaar van 1916 erg nat was.
Afgezien van dat de pruimenbomen geen vrucht droegen en de rogge wat dun stond, was de oogst echter redelijk tot goed. Ja, de landen die het dichtst onder de zeedijk lagen, hadden het er het meeste last van. Maar voor andere landen bleek de overstroming helemaal niet nadelig uit te pakken. In tegendeel: het land werd er vruchtbaar van wanneer het slib goed met de aarde werd gemengd.

Wantrouwen in de bedoelingen van de heren politici is van alle tijden. Ze zijn niet alleen kenmerkend in deze tijd, nu er morgen tweedekamerverkiezingen zijn. ?Wat dacht je man, het is uit nood, dat we tegengestemd hebben. Het was er om begonnen de ruilverkaveling er door te jagen en daarachter zaten de socialisten om op die manier de boeren op kosten te jagen en ze zo rijp te maken voor staatsbedrijven. De gemeente dacht er ook beter van te worden.

Een Nijkerkse boer sprak deze woorden eind jaren vijftig naar aanleiding van de afstemming van de Nijkerkse ruilverkaveling. Het rapport dat hier voor me ligt staat vol met prachtige uitspraken als bovenstaande. Vorige week zag ik er een kopie van liggen bij de openbare bibliotheek! Uiteraard leende ik het direct, want echt goed begreep ik die hele geschiedenis nog niet.
Het rapport handelt over de afgestemde ruilverkaveling in de Arkemheense polder van 1958. De gang van zaken is grofweg bekend: de overheid en landbouworganisaties startten voorbereidingen voor de ruilverkaveling al in 1948. Doel ervan was het verbeteren van de waterlozing in de polder, het verhogen van productiviteit en als achterliggend motief het bevorderen van de industrialisatie van Nederland.
Enkele jaren later begon de voorlichting, maar een groot deel van de Nijkerkse boeren moest er weinig van hebben. Opgestookt door een Anti-Ruilverkaveling Comité, stemde uiteindelijk 56 procent van de boeren tegen de ruilverkaveling. Over het functioneren van de voorlichtende organisaties en het comité waren de meningen zowel voor als na de stemming sterk verdeeld. Het anti-comité zou de ?eigenlijke kwaaddoener? zijn, dan wel ?het gevaar geroken? hebben en er wat aan hebben gedaan.

Ruim een halve eeuw later is het mooie aan dit rapport het prachtige tijdbeeld dat eruit oprijst. Wat dat betreft is het een mooi vervolg op de Sociografie van Nijkerk uit 1946. Vooral het eerste hoofdstuk van het ruilverkavelingsrapport geeft een goed beeld van het leven en denken van de Nijkerkers. Het handelt onder meer hun opvattingen over de samenleving en over de economische positie van de boerenstand.
Het rapport gaat ook veel over vertrouwenskwesties. Over de vraag of de boeren op de Noord-West Veluwe vertrouwen hadden in het functioneren van de democratie, bijvoorbeeld. Dat bleek dus niet zo te zijn. Velen zagen de toenemende overheidsinvloed van na de oorlog als een bedreiging. Volgens socioloog Houttuyn Pieper, de belangrijkste auteur van het rapport, kwam dat door een ?individualistische mentaliteit, vooral op economisch gebied, een onvoldoende inzicht in de economische problemen van de landbouw, een gebrek aan begrip voor de noodzaak van allerlei overheidsmaatregelen en de aanwezigheid van een behoorlijke mate van agressiviteit daartegen.? In de antwoorden op vragen die achterin het rapport zijn opgenomen, moeten bij de tegenstemmers vooral ?de socialisten? het ontgelden. Veel boeren waren blijkbaar bevreesd voor de teveel staatsbemoeienis die uitging van de Rooms-Rode-coalitie onder premier Willem Drees die toen al enige tijd de lakens uitdeelde. Het overgrote deel van de Nijkerkse boeren had een christelijke achtergrond. Zij stonden van oudsher al wantrouwige tegen overheidsbemoeienis. Volgens Houttuyn Pieper zou dat vooral komen doordat de meeste boeren tot in WO II voor l ?in de kleine wereld van hun directe omgeving? leefden. Hij vergat gemakshalve dat de tegenstand tegen overheidsingrijpen bij christelijke partijen al diep in de negentiende eeuw wortel schoot.
Volgens de auteur lag het voor een deel uit onkunde van de boeren. De bewoners van de noord-west-Veluwe konden zich volgens hem nauwelijks voorstellen dat het ?voor een ambtenaar in Nederland een onderdeel van zijn beroepsrol is, dat hij zich wijdt aan het bevorderen van de belangen van anderen zonder daarbij direct eigen gewin na te streven.? En zijn ze het niet eens met een uitspraak van een overheidscommissie, dan had hij geen vertrouwen dat een gang naar de rechter hem zou helpen. ?Hij zal zich afvragen of de uitspraak van zo?n rechter wel onpartijdig zal zijn en veronderstellen dat deze wel op de hand van de ?ingenieur? of de overheid zal zijn.?

Andere onderwerp waarin de boeren weinig vertrouwen hadden, waren de mogelijkheid van de mens om vorm te geven aan de samenleving en zijn omgeving. Volgens de Houttuyn Pieper bepaalden historie, traditie en ?van geslacht op geslacht overgeleverde ervaringen zijn leven meer dan de gedachte aan de mogelijkheden van de toekomst.?
Ook onderzochten de auteurs hoe de Nijkerkse boeren aankeken tegen de samenwerking tussen personen die met hun belangen bij een bepaalde ontwikkeling betrokken zijn en of ze er op vertrouwden dat ze bereid waren om het algemeen belang boven dat van enkelingen te stellen. De uitkomst: ze waren bijzonder sceptisch hierover.

Opvallend aan het onderzoek voor wie het met de ogen van vandaag leest, zijn verder vooral de onderwerpen die er níet in worden behandeld, maar die nu verplicht zouden zijn in een dergelijk onderzoek. Geen woord staat erin over het milieu, de cultuurgeschiedenis ? het bijzondere buitengebied tussen Nijkerk en Putten en de beschermwaardigheid van Arkemheen ? archeologie of landschapsbehoud.
De insteek van het rapport heeft natuurlijk alles met de opdracht die de auteurs kregen. Dat waren naast socioloog Houttuyn Pieper een voorlichter van de Christelijke Boeren- en Tuindersbond.
In de schets die ze gaven over de achtergronden van het ruilverkavelingsstreven van de overheid stond de groei van de industrie centraal. Het industriebeleid was voor de overheid na de oorlog toto 1963 cruciaal in haar beleidsvorming. Het was een van de andere zaken die de boeren van Nijkerk wantrouwden. Wat moesten ze in Nederland met de alsmaar groeiende industrie? ?Waar moeten ze met al die produkten naar toe??, vroegen ze zich af. En: ?Pas maar op, er komen weer slechter tijden, dat kan nooit goed gaan zo?, reageerden ze op de omvangrijke overheidsinvesteringen in de industrie en ruimtelijke ordening.

Het is hier niet de plek om alles uitgebreid te beschrijven. Wie het wil, kan zelf het rapport lezen. En zelfs daarin staat een ?te veel vereenvoudigd? beeld van de opvattingen van de ?N.W. Veluwnaren?, aldus onze socioloog. Het is wel prachtige lectuur.! Om af te sluiten met nog een mooi citaat van een boer over de voorlichting van het Cultuurtechnische Dienst, de overheidsinstantie die de ruilverkaveling voorbereidde en er voorlichting over gaf: ?Je werd met voorbedachten rade dom gehouden. We begrepen het niet. Bij doorvragen werd je afgescheept met hoogvliegende woorden en ja vragen werden omzeild.?
Het anti-Ruilverkavelings Comité wist wel wat er aan de hand was:
?Grondeigenaren, klein en groot: Weest op Uw hoede! Als deze verkaveling zou doorgaan en het gereedkomen ervan ong. 10 jaar zal duren, zullen U, Uw kinderen en wellicht Uw kleinkinderen tot bijna het jaar 2000 financieel overbelast worden.?

Video's over Nijkerk