Wapen:
Wapen van gemeente Utrecht
Provincie:
Burgemeester:
Dhr. Jan van Zanen
Oppervlakte:
99 km²
Inwoners:
340.000
Gemeentehuis:
Korte Minrebroederstraat 2, 3512GG, Utrecht
Postbus:
Postbus 16200, 3500CE, Utrecht
Telefoon:
Website:

Plaatsen in Utrecht

Postcodes in Utrecht

Over de Gemeente Utrecht

Utrecht (Stad-Utrechts: Utreg/Utereg) is een stad en gemeente in Nederland en de hoofdstad van de provincie Utrecht. Met 339.946 inwoners is Utrecht de vierde stad van Nederland naar inwonertal. De agglomeratie (aaneengesloten stedelijk gebied) omvat 493.667 inwoners. Het stadsgewest Utrecht, dat samenvalt met het BRU, omvat 660.873 inwoners. De gemeente Utrecht valt samen met de stad en is ingedeeld in tien wijken.

De stad bevindt zich in de Randstad en is centraal gelegen op een knooppunt van wegen, spoorwegen en waterwegen, waardoor het een toonaangevende beurzen- en conferentiestad is en het hardst groeiende economische centrum - vooral in de dienstensector - van zowel de Randstad als Nederland.

Utrecht was een van de eerste steden in het huidige Nederland met stadsrechten en heeft een lange geschiedenis en een belangrijk historisch centrum. Kenmerkend voor de stad zijn onder meer de werven en de Dom van Utrecht (met de 112 meter hoge Domtoren) waaraan de stad de bijnaam Domstad ontleent. De stad was in het jaar 1808 kortstondig de hoofdstad van het Koninkrijk Holland, zoals Nederland destijds heette.

De stad huisvest drie universiteiten waarvan de grootste de Universiteit Utrecht is. Deze universiteit is de op een na grootste van Nederland. Er zijn ook drie omvangrijke hogescholen, het hoofdkantoor van de Nederlandse Spoorwegen, ProRail, de Rabobank Nederland en de Jaarbeurs Utrecht gevestigd. Utrecht is de zetel van de rooms-katholieke aartsbisschop van Nederland (zie aartsbisdom Utrecht) en van de oudkatholieke aartsbisschop. Tevens is er het landelijke organisatiebureau van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) gevestigd.

De naam 'Utrecht'

De naam Utrecht is afkomstig van het Latijnse Traiectum en duidt op een plaats waar in de Romeinse tijd de rivier de Rijn doorwaadbaar of over te steken was. De 'U' komt van het Oudnederlandse woord uut, dat 'benedenstrooms' betekent - Utrecht moet dus begrepen worden als 'uit-Trecht'.

Vanwege de Domtoren, beeldmerk van de stad waarvan de toren met 112,32 meter de hoogste kerktoren van Nederland is, wordt de stad ook wel Domstad genoemd. Twee andere bijnamen zijn Utreg (in het Stad-Utrechts) en Utka (in de multiculturele straattaal van de Randstad). Tijdens Carnaval heet de stad Utrecht Leemput.

Een inwoner van Utrecht laat zich liever Utrechter dan Utrechtenaar noemen (vgl. Hagenees voor Hagenaar). Dit als gevolg van de zogeheten Utrechtse homoseksuelenaffaire: achter de Dom was er in de achttiende eeuw een geheime ontmoetingsplaats van homoseksuelen (voor wie tussen de kerk en de toren ook een gedenksteen ligt). Toen dit aan het licht kwam en de slachtoffers ter dood veroordeeld werden, werd Utrechtenaar een scheldwoord voor homoseksueel. Inwoners van de stad worden ook wel 'baliekluivers' genoemd, naar de Utrechters die, hangend over de balies van de bruggen van de Oudegracht, de bedrijvigheid in de stad aanschouwden en elkaar ontmoetten.

Geschiedenis

Op en rond het huidige Domplein is de plaats waar de Romeinen rond 50 n.Chr. de basis voor de stad Utrecht hebben gelegd. Aan de oever van de Rijn bouwden ze het castellum Traiectum van hout en aarde. Dit fort was onderdeel van de verdedigingsgordel langs de noordgrens van het Romeinse Rijk, de zogenaamde limes. Tussen 50 en 270 n.Chr. werd het castellum vier maal herbouwd. Na het vertrek van de Romeinen streden de Friezen en de Franken lange tijd om de vesting. De overgebleven ommuring leefde voort als de burcht Trecht.

In 690 stichtte de Angelsaksische missionaris en bisschop Willibrord binnen de grotendeels verlaten grenspost Utrecht een geestelijk centrum met twee kerken, waar later nog een derde aan werd toegevoegd. Hieruit ontwikkelde zich het complex van de aan Sint-Maarten gewijde Domkerk, de Sint-Salvatorkerk en de tussengelegen Heilig-Kruiskapel. Vanaf de achtste eeuw, met een onderbreking vanwege Vikingen, zetelde een bisschop in Utrecht, dat daardoor het religieuze centrum van de Noordelijke Nederlanden was. Vanaf de tiende eeuw kreeg de bisschop steeds meer wereldlijke macht. Hij werd toen de belangrijkste vorst in de Noordelijke Nederlanden, die heerste over het Sticht. In de directe omgeving van de burcht ontstond de bloeiende handelswijk Stathe waar kooplieden en ambachtslieden zich vestigden. In de elfde eeuw werd het kerkelijk centrum uitgebreid met drie nieuwe kapittelkerken en een abdij, die samen het Utrechtse kerkenkruis vormden. Diezelfde eeuw voegden de bisschop en de keizer hun paleizen toe aan de burcht.

Op 2 juni 1122 kreeg Utrecht zijn stadsrechten bevestigd door keizer Hendrik V. De bisschop verloor hierdoor veel invloed op de stad ten gunste van de kersverse stedelingen. Deze mochten de stad nu omwallen, en nog in 1122 begon tevens de aanleg van het stuk Oudegracht tussen Ledig Erf en Gaardbrug. Utrecht ontwikkelde zich tot de enige stad van betekenis in de Noordelijke Nederlanden. De groei van de bevolking blijkt onder meer uit het feit dat er drie nieuwe parochies werden afgesplitst van de oudste parochie, die van de Buurkerk. Het bestuur van de stad bestond aanvankelijk uit schout en schepenen, maar al in 1196 werd een Raad gevormd, die tot de oudste ten noorden van de Alpen behoort.

Vanaf de twaalfde eeuw werd de macht van naburige vorsten groter, terwijl die van de Utrechtse bisschop afnam. Gedurende de hele Middeleeuwen hebben vooral Holland en Gelre geprobeerd delen van het Sticht in te lijven. Binnen de stad ontstonden twee overheersende partijen, waarvan de een pro-Holland was en de ander pro-Gelre. Eeuwenlang hebben deze partijen elkaar te vuur en te zwaard bestreden. Herhaaldelijk kan gerust gesproken worden van burgeroorlog binnen de stadsmuren.

Ondanks deze strijd en ondanks de toenemende concurrentie van de Hollandse steden vanaf de dertiende eeuw, bleef Utrecht de grootste en welvarendste stad en het belangrijkste culturele centrum in de Noordelijke Nederlanden. De welgestelden bouwden grote stenen huizen langs de Oudegracht, vooral nadat rond het midden van de dertiende eeuw het gebruik van baksteen algemeen werd. Langs de gracht zelf ontstonden de karakteristieke werven en werfkelders. Talrijke kloosters vestigden zich in de stad. In onder meer 1253 vond in Utrecht een grote stadsbrand plaats. De huidige gotische Domkerk werd vervolgens vanaf 1254 gebouwd naar voorbeeld van de grote Franse kathedralen.

In 1304 deden de gilden een succesvolle greep naar de macht, en zij zouden tot 1528 een grote rol in het stadsbestuur blijven spelen. Met het graven van de Nieuwegracht eind veertiende eeuw was het stratenpatroon binnen de stad grotendeels voltooid en het stadsgebied raakte grotendeels volgebouwd. Opvallend is het grote aantal gasthuizen (opvanghuizen voor behoeftigen) dat in deze eeuw ontstond. Het grootste prestigeproject van de veertiende eeuw was echter de bouw van de kolossale Domtoren, een van de grootste torens die tot dan toe waren gebouwd.

De dreiging van de buurstaten van het Sticht bleef groot, en bewoners van het Nedersticht dwongen de bisschop in 1375 de Stichtse Landbrief uit te vaardigen, waardoor zij als Staten van het Nedersticht controle konden uitoefenen op de wijze waarop politiek bedreven werd. De Staten bestonden uit vertegenwoordigers van de geestelijkheid, de adel en de steden. Utrecht nam door zijn dominante positie een overheersende positie in de Statenvergaderingen in. Door verdere groei was Utrecht tot halverwege de 16e eeuw de grootste stad van de noordelijke Nederlanden.

In de zestiende en zeventiende eeuw speelde Utrecht met zijn Utrechtse School ook een belangrijke rol in de Nederlandse schilderkunst. Bekende schilders waren de renaissanceschilder Jan van Scorel, de "maniëristen" Joachim Wtewael, Abraham Bloemaert en Paulus Moreelse, de "Utrechtse caravaggisten" Hendrick ter Brugghen, Gerard van Honthorst en Dirck van Baburen, de "Italianisanten" Cornelis van Poelenburch, Jan Both en Jan Baptist Weenix.

Vanaf de late middeleeuwen tot het begin van de 19e eeuw kende de stad verschillende periodes van botsingen en verschuivingen tussen en binnen verschillende machten, door onder meer de reformatie, gilden en bezettingen door Spanjaarden en Fransen. In de eerste helft van de zeventiende eeuw werd de Universiteit Utrecht opgericht.

Vanaf het begin van de 19e eeuw werden, in ruime zin, nutsvoorzieningen aangelegd en uitgebreid, wat de situatie voor de stad sterk verbeterde. In de tweede helft van de 19e eeuw vond de eerste stadsuitbreiding plaats. Voor, en met name na de Tweede Wereldoorlog zou Utrecht hiermee grootschalig uitbreiden.

Geografie

Utrecht ligt centraal in Nederland en in de provincie Utrecht. De stad is ontstaan aan een kromming van de Rijn, toen de hoofdarm van de rivier die de loop van de huidige Kromme Rijn en Oude Rijn volgde. Op de plek van het huidige Domplein lag een Romeins castellum. Tegenwoordig stroomt een bescheiden Kromme Rijn in het oosten Utrecht binnen om de stadsgrachten als Vecht (noordelijk) en Leidse Rijn (westelijk) te verlaten. Westelijk van de stad loopt het brede Amsterdam-Rijnkanaal, naar het zuiden loopt de Vaartsche Rijn, een veel ouder kanaal.

Ten westen van de stad, 'over het Amsterdam-Rijnkanaal' heen, ligt het voorstedelijke uitbreidingsproject Leidsche Rijn, de grootste Vinex-locatie en het grootste nieuwbouwproject van Nederland. Een reeks nieuwbouwwijken zullen bij afronding ca. 90.000 inwoners gaan huisvesten. Ten noorden, zuiden en oosten van de stad liggen enkele voorsteden en forensen- en satellietsteden, waarvan de grootste Maarssen, Nieuwegein, De Bilt, IJsselstein, Zeist en Houten zijn. De grootstedelijke agglomeratie valt samen met het BRU (Bestuur Regio Utrecht).

Bestuurlijke indeling
De stad Utrecht valt bestuurlijk samen met de gemeente Utrecht. De gemeente telt bijna 340.000 inwoners en heeft een oppervlakte van 99 km² (waarvan slechts een zeer klein gedeelte water).

De voormalige dorpen Vleuten en De Meern (wijk Vleuten-De Meern) werden, na de annexatie door Utrecht in 2001, in de eerste jaren vaak nog als aparte kernen gezien en dus niet als onderdeel van de stad Utrecht. Ook maakt Haarzuilens deel uit van de wijk Vleuten-De Meern, dat geografisch afgezonderd ligt van de stad Utrecht. Omdat de gemeente samenvalt met de stad, zijn er officieel geen andere kernen.

De buurten hebben echter wel hun postadressen en plaatsnaamborden van een apart dorp behouden, hoewel ze deel uitmaken van de stad Utrecht en behoren tot de wijk Vleuten-De Meern. Het wijkbureau van Vleuten-De Meern is te vinden in het oude gemeentehuis van de voormalige gemeente Vleuten-De Meern.

Wijken
De gemeente Utrecht onderscheidt bestuurlijk tien wijken, die zijn te vergelijken met stadsdelen. Deze zijn weer onderverdeeld in subwijken en buurten. Elke wijk kent een apart wijkbureau of een wijkservicecentrum. De wijk Vleuten-De Meern bezit ook een dependance van de burgerzaken.

Elke wijk heeft een raadscommissie voor de wijk, samengesteld uit gemeenteraadsleden of hun plaatsvervangers en elke wijk heeft ook een aparte wijkwethouder. Daarnaast bestaat er sinds 2002 een wijkraad, die een adviserende rol heeft en bestaat uit bewoners van de desbetreffende wijk. De Utrechtse wijken (wijkindeling sinds 2001):

Demografie

Utrecht is met circa 330.000 inwoners in de officiële stad en gemeente, een directe agglomeratie (geannexeerde woonkernen en fysiek grenzende voorsteden) van ongeveer een half miljoen inwoners, en een grootstedelijk gebied van 640.000 inwoners, de vierde stad van Nederland, en hoort tot G4, een samenwerkingsverband van de vier grootste steden waar ook Amsterdam, Rotterdam en Den Haag toe behoren. Utrecht groeit zeer snel (zie Bevolkingsontwikkelingstabel). Begin 2009 passeerde de stad de grens van 300.000 inwoners, in 2017 worden 350.000 inwoners verwacht, en in 2022 370.000. Volgens een persbericht uit juli 2008 zal het inwoneraantal van Utrecht tot 2025 met 36% stijgen. Dit komt neer op een inwoneraantal van rond de 405.000.

Bevolkingssamenstelling
Utrecht is een multiculturele stad; het percentage allochtone inwoners is grofweg een derde en blijft vermoedelijk de komende decennia stabiel. Dit komt neer op ongeveer 100.000 inwoners van niet-Nederlandse afkomst, waarvan ca. 65.000 inwoners van niet-westerse afkomst.

Utrecht is een stad met veel jongeren en relatief weinig ouderen. In Utrecht wonen ruim 64.000 studenten; er is een aantal universiteiten, hogescholen en ROC's te vinden. De Universiteit Utrecht en de Hogeschool Utrecht zijn daarvan verreweg het grootst. Tevens is het uitgaansleven hier grotendeels op afgestemd.

Vooral wijken als Voordorp, Wittevrouwen en Leidsche Rijn zijn zeer kinderrijk. Delen van onder andere Overvecht-Zuid daarentegen huisvesten veel ouderen. Toch is door de stadsuitbreiding de verwachting dat de stad zeker tot 2011 verder zal verjongen. Waar nu al in veel andere steden de vergrijzing inzet, zal Utrecht voorlopig niet met dat fenomeen kennismaken. Mede door een sterke economische groei in de BRU en ook de bouw van de wijken Leidsche Rijn en grote delen van Vleuten-De Meern neemt het aandeel lage inkomens, zowel als de werkloosheid al enkele jaren percentueel af, en hiermee begint Utrecht af te wijken van de andere grote steden.

Bevolkingsontwikkeling
In de volgende tabel is het bevolkingsverloop van Utrecht weergegeven. Tot halverwege de zestiende eeuw was Utrecht de grootste stad van de noordelijke Nederlanden. Vanaf die tijd tot circa 1825 schommelde het inwonertal rond de 30.000. Utrecht profiteerde dus niet van de bloei van de Gouden Eeuw, zoals de steden in Holland en Zeeland, maar kende ook niet de terugval die sommige van die steden kenden in de achttiende eeuw. Utrecht werd circa 1550 qua bevolking ingehaald door Amsterdam, circa 1600 door Haarlem en Leiden, circa 1650 door Rotterdam en circa 1700 door Den Haag. Utrecht was nu met Middelburg de zesde stad van Nederland. Rond 1750 zakte Haarlem weer onder Utrecht, rond 1800 gold dat voor Leiden. Sindsdien is Utrecht de vierde stad van Nederland.

Vanaf circa 1825 volgde een lange periode van bevolkingsgroei; het aantal van 100.000 inwoners werd bereikt in 1899. De groei duurde tot 1970, toen als gevolg van woningtekort en suburbanisatie een snelle daling inzette, die rond 1985 dankzij stadsvernieuwing tot stilstand kwam. Vanaf 2000 groeide het inwonertal snel en werd de wijk Leidsche Rijn gebouwd. Gebiedsuitbreidingen van de gemeente Utrecht leidden in 1954 en 2001 tot een sprongsgewijze vermeerdering van het aantal inwoners. In januari 2009 bereikte de gemeente Utrecht de grens van 300.000 inwoners.[8]

De cijfers tot aan de negentiende eeuw zijn schattingen, die onzekerder worden naarmate ze verder teruggaan in de tijd. De negentiende-eeuwse cijfers zijn gebaseerd op volkstellingen, de latere op gegevens van de Burgerlijke stand.

Bezienswaardigheden

Utrecht heeft een historisch centrum, dat grotendeels nog door een singel wordt omringd. Van zuid naar noord lopen de Oudegracht en de Nieuwegracht, die uniek zijn vanwege de werven, lage kades waarop de werfkelders van de huizen aan de gracht uitkomen. Utrecht telt na Amsterdam en Maastricht het grootste aantal rijksmonumenten van alle steden in Nederland. Anno 2009 telt de gemeente Utrecht ruim 1400 rijksmonumenten, ruim 1600 gemeentelijke monumenten, 4 archeologische monumenten en 5 beschermde stads-/dorpsgezichten: Utrecht, Utrecht Oost, Utrecht - Zuilen-Elinkwijk, Blauwkapel en Haarzuilens. Het Rietveld Schröderhuis is opgenomen op de Werelderfgoedlijst.

Begraafplaatsen/crematoria

Qua moderne begraafplaatsen/crematoria is de Begraafplaats Soestbergen in de eerste helft van de 19e eeuw aangelegd. Begraafplaats Sint Barbara is rond 1870 ontworpen door Alfred Tepe en kent onder meer diverse graven van rooms-katholieke aartsbisschoppen. Uit het begin van de 20e eeuw dateert Kovelswade. Begraafplaats Tolsteeg is in 1931 aangelegd naar een ontwerp van Krijn Perk Vlaanderen, tuinarchitect en plantsoenmeester van de gemeente Utrecht; er is een aula naar het ontwerp van architect Gosse van der Gaast in de stijl van de Nieuwe Zakelijkheid. Begraafplaats/crematorium Daelwijck uit omstreeks 1967 heeft een aula die is ontworpen door architect H. Dam.

Winkelen

Westelijk van het centrum ligt het station met het aangebouwde winkel- en kantorencomplex Hoog Catharijne, dat sinds het bestaat omstreden is geweest, zowel om zijn architectuur alsook de verloedering die optrad, waardoor het een vrijplaats voor druggebruikers werd. Sinds begin 2000 is er echter veel tijd en geld door de gemeente besteed om dit leefklimaat te verbeteren. In 2006 heeft men hiervoor een Nederlandse en Europese prijs gewonnen. In 2008 is er begonnen met een grootscheepse opknapbeurt van het gehele stationsgebied (zie Aanpak Stationsgebied). Zo zal de singel rondom Utrecht worden hersteld en wordt Vredenburg ingrijpend verbouwd. Ook zal er op het Smakkelaarsveld een kleine haven ontstaan die de singel weer in verbinding brengt met de Leidse Rijn. Sinds begin jaren 80 ligt aan de zuidzijde van de stad Woonboulevard Utrecht, een terrein waarop 63 winkels zijn gevestigd.

Video's over Utrecht